Voor een stad in het vlakste land van Europa heeft Haarlem verrassend veel te bieden aan wielrenners. Aan de ene kant liggen de duinen met korte, steile klimmetjes, aan de andere kant de polder met kilometers rechte weg en niets om de wind tegen te houden.
De duinen
De routes door en langs het Nationaal Park Zuid-Kennemerland zijn de klassiekers van deze streek. Ze zijn niet lang maar wel afwisselend, met glooiingen die je in de benen voelt en met bochten waar je moet sturen. Voor een land zonder bergen is dit het dichtst bij echt klimwerk dat je in de Randstad krijgt. Houd je aan de fietspaden en aan de regels van het gebied, want er lopen wandelaars en er staan grote grazers.
Naar de bollenstreek
Rij je vanuit Haarlem naar het zuiden, langs Heemstede en Bennebroek, dan kom je in de bollenstreek. Dat is vlak, prettig geasfalteerd en in het voorjaar spectaculair om doorheen te rijden. Wel is het in het bloeiseizoen druk met toeristen, dus vertrek vroeg en houd rekening met auto’s die plotseling stoppen voor een foto.
De polder
Aan de oostkant van Haarlem begint het open land richting de Haarlemmermeer en de Liede. Hier maak je kilometers en train je op wind, want beschutting is er niet. Wie aan een tijdrit of aan een lange afstand werkt, vindt hier de vlakste en rustigste wegen van de regio.
Vaste rondjes
- Het duinrondje via Overveen, Bloemendaal en Santpoort terug naar de stad.
- Langs de kust richting IJmuiden en over de binnenduinrand terug.
- De polderlus richting Spaarndam, de Liede en Spaarnwoude.
- Zuidwaarts door de bollenstreek en via Heemstede terug.
- De ronde over de dijk richting het IJ voor wie meer kilometers wil.
Clubs en groepen
In Haarlem en de omliggende gemeenten zijn wielerverenigingen en toerclubs met vaste vertrektijden in het weekend. Meerijden met een groep is de snelste manier om de routes te leren kennen en om te wennen aan rijden in een peloton, wat een vaardigheid op zich is. De meeste clubs hebben groepen op verschillend tempo, dus je hoeft niet meteen mee te kunnen met de snelsten.
Mountainbiken en gravel
In het duingebied en in de bossen aan de binnenduinrand zijn routes voor mountainbikes uitgezet. Rijden buiten die routes is niet toegestaan, want de duinvegetatie is kwetsbaar. Gravelrijden past goed bij deze streek, met de combinatie van halfverharde paden in de polder en de bosgronden aan de westkant.
Veiligheid en wegdek
De wegen rond Haarlem worden gedeeld met veel ander verkeer, van bezorgscooters tot recreanten. Op de smalle fietspaden in het duin en in de bollenstreek is het in het weekend druk. Houd snelheid in bebouwd gebied en op drukke paden, en let op tramrails, klinkerstroken en bruggen die glad zijn bij regen.
Wind is de heuvel
De belangrijkste factor in deze regio is de wind, en die komt meestal uit het westen of het zuidwesten. De praktische regel is simpel. Rij op de heenweg tegen de wind in, richting de kust, en laat je op de terugweg naar de stad blazen. Wie dat omdraait, komt op het laatste stuk kapot thuis.
Materiaal en zout
Rijden langs de kust betekent zout in de lucht, en dat vreet aan ketting, cassette en remmen. Een fiets die na een duinrit wordt afgespoeld en gesmeerd, gaat aanzienlijk langer mee dan een die in de schuur wordt gezet. Datzelfde geldt voor het zand dat je in de winter van de fietspaden meeneemt. In Haarlem zitten voldoende fietsenmakers die met racefietsen en gravelbikes overweg kunnen.
Samen of alleen
In het weekend zie je op de wegen richting de kust en de bollenstreek veel groepen rijden. Dat is gezellig en snel, en het vraagt afspraken over rijden in een groep, over inhalen en over hoe je je gedraagt tegenover ander verkeer. In een druk gebied als dit maakt dat het verschil tussen wielrenners die worden gewaardeerd en wielrenners die worden gemeden.


