Haarlem is dicht bebouwd, en toch liggen er in alle stadsdelen sportparken. Ze zijn in de loop van de vorige eeuw aan de randen van de toenmalige stad aangelegd en daarna door de bebouwing ingehaald, waardoor ze nu midden in de wijken liggen. Dat is voor bewoners een groot voordeel.
Waar ze liggen
- In Haarlem-Noord het complex rond het Pim Mulierstadion, met honkbal, softbal en meer.
- Aan de Spanjaardslaan het terrein van de oudste voetbalvereniging van Nederland.
- Velden en parken in de Vondelkwartier-zone en langs de noordelijke rand.
- In Haarlem-Oost sportvelden bij de Sportliedenbuurt en in de Waarder- en Veerpolder.
- In Schalkwijk en Zuid-West complexen met voetbal, hockey en tennis.
- Aan de westkant velden bij het tuinbouwgebied en tegen de duinrand.
Wat er wordt gespeeld
Voetbal is in aantal het grootst, gevolgd door hockey en tennis. Daarnaast zijn er velden voor honkbal en softbal, korfbal, rugby, cricket en atletiek. Op de meeste parken zitten meerdere verenigingen naast elkaar, met een gedeeld parkeerterrein en soms een gedeelde kantine.
Verlichting en kunstgras
De meeste velden zijn verlicht, zodat er op doordeweekse avonden kan worden getraind. Een groot deel van de voetbalvelden is inmiddels kunstgras, wat betekent dat er in de winter doorgespeeld kan worden en dat een veld veel meer uren aankan dan natuurgras. Hockey speelt vrijwel volledig op kunstgras, met watervelden bij de hogere teams.
Beheer
De gemeentelijke sportaccommodaties in Haarlem worden beheerd door een uitvoeringsorganisatie die ook de zwembaden en sporthallen doet. Verenigingen huren velden en kleedkamers, en het onderhoud loopt via die organisatie. Voor bewoners betekent dat er een centraal punt is voor vragen over accommodaties.
Openbaar toegankelijk
Sportparken zijn geen openbaar terrein, maar veel complexen zijn overdag toegankelijk om te kijken of om een rondje te lopen. Daarnaast zijn er in de stad openbare sportvoorzieningen die voor iedereen vrij te gebruiken zijn, zoals trapveldjes, basketbalpleintjes, calisthenicstoestellen en hardlooproutes in de parken.
Naar een vereniging
Wie wil sporten, begint het beste bij de vereniging die het dichtst bij huis ligt. In Haarlem is dat vrijwel altijd binnen een kwartier fietsen. De meeste clubs laten je een paar keer meetrainen voordat je lid wordt, en dat geldt voor volwassenen net zo goed als voor kinderen. Voor gezinnen met een laag inkomen zijn er regelingen die contributie en materiaal vergoeden.
Vrijwilligers
Een sportpark draait niet op velden maar op mensen. Trainers, scheidsrechters, kantinediensten, materiaalbeheer en bestuur, het is allemaal vrijwilligerswerk. Verenigingen in Haarlem hebben daar structureel tekort aan, en wie zich meldt is meteen welkom. Voor nieuwkomers in de stad is het bovendien de snelste route naar een sociaal netwerk in de wijk.
De ruimte staat onder druk
In een stad die alleen nog kan verdichten, is elk sportpark ook een stuk grond waar iemand woningen op wil bouwen. Dat maakt de discussie over sportvelden in Haarlem terugkerend. Voor verenigingen betekent het dat samenwerken en velden delen steeds normaler wordt, en dat efficiƫnt gebruik van de uren belangrijker is dan ooit.
Kantines en clubhuizen
Het clubhuis is bij de meeste Haarlemse verenigingen het echte middelpunt. Er wordt na de wedstrijd gedronken, er worden vergaderingen gehouden en er hangt de geschiedenis van de club aan de muur. Voor nieuwe bewoners is dat een van de aangenaamste kanten van het verenigingsleven, want je zit binnen een paar weken tussen mensen uit je eigen wijk die je anders nooit had ontmoet.
Sporten in de openbare ruimte
Naast de verenigingsparken heeft Haarlem voorzieningen die voor iedereen vrij toegankelijk zijn, van trapveldjes en basketbalpleintjes tot fitplekken met toestellen en hardlooproutes door de parken. Die plekken worden intensief gebruikt en zijn gratis, en ze vormen voor veel jongeren de eerste kennismaking met sport voordat ze bij een club terechtkomen.


