Haarlem heeft ruim een eeuw lang een betaaldvoetbalclub gehad, en voor generaties Haarlemmers was het stadion aan de Jan Gijzenvaart de plek waar je op zondag heen ging. Sinds het faillissement in 2010 is dat verleden tijd, maar de club leeft in de stad nog volop voort.
Het begin
De Haarlemsche Football Club Haarlem werd opgericht in 1889, met oktober van dat jaar als moment van de eerste wedstrijd. De club groeide uit tot een van de vaste namen in het Nederlandse voetbal en speelde vanaf 1907 in het stadion aan de Jan Gijzenvaart in Haarlem-Noord, waar tot het einde toe werd gespeeld.
De erelijst
- Landskampioen in 1946.
- Winnaar van de beker in 1902 en in 1912.
- Vijf keer een bekerfinale gehaald.
- Meerdere periodes in de hoogste divisie, afgewisseld met jaren op het niveau daaronder.
De bijnaam
De club stond bekend als de Roodbroeken, naar het tenue. Die bijnaam wordt in Haarlem nog steeds gebruikt door mensen die er vroeger stonden, en hij duikt op in het straatbeeld en in de verhalen van supporters.
De spelers die er doorbraken
Voor een club van deze omvang heeft Haarlem opvallend veel talent afgeleverd. De bekendste is Ruud Gullit, die er als tiener zijn eerste wedstrijden in het betaald voetbal speelde voordat hij naar Feyenoord vertrok en uiteindelijk een van de beste spelers ter wereld werd. Ook Piet Keur en de gebroeders Metgod begonnen hier. Voor Haarlemmers is dat een bron van trots die met de jaren alleen maar is gegroeid.
Het einde
Op 25 januari 2010 werd HFC Haarlem failliet verklaard en per direct uit het betaald voetbal gezet. De schulden liepen in de miljoenen en er was geen partij die de club nog kon redden. Voor de stad was dat een hard moment, en het bracht een einde aan meer dan honderdtwintig jaar profvoetbal in Haarlem. Enkele maanden later ging de naam op in een fusie met een amateurclub uit de stad, waaruit Haarlem-Kennemerland ontstond.
Wat er is gebleven
De herinnering wordt levend gehouden door supporters en door een stichting die het archief, de materialen en de verhalen van de club beheert. Er zijn tentoonstellingen geweest, er is materiaal verzameld en oud-spelers en oud-supporters komen nog bij elkaar. Voor wie de club heeft meegemaakt, is dat meer dan nostalgie.
Voetbal in Haarlem nu
Sinds het faillissement is er geen betaald voetbal meer in de stad. Wat er wel is, is een uitzonderlijk dicht net van amateurclubs, van de oudste vereniging van Nederland tot wijkclubs met een sterke jeugdafdeling. Op zaterdag en zondag liggen de sportparken vol, en het niveau aan de bovenkant van het Haarlemse amateurvoetbal is landelijk gezien behoorlijk.
Waarom het verhaal ertoe doet
Een profclub is voor een stad meer dan een elftal. Het is een plek waar mensen elkaar iedere twee weken tegenkomen, een gesprek op maandagochtend en een reden om de stadsnaam op televisie te zien. Dat Haarlem dat kwijt is, verklaart waarom de honkbalweek en de amateurclubs hier een grotere rol spelen dan in steden die hun club nog hebben.
Het stadion
Het stadion aan de Jan Gijzenvaart in Haarlem-Noord werd geopend op 20 oktober 1907 en bleef in gebruik tot het faillissement. Het was een compact stadion waar het publiek dicht op het veld zat, met een sfeer die door bezoekende supporters vaak werd geroemd. Voor Haarlemmers die er zijn opgegroeid, is het de plek waar ze als kind voor het eerst een profwedstrijd zagen, en dat verklaart waarom de club nog altijd zoveel emotie oproept.
Een club van de stad
HFC Haarlem was nooit een grote club in geld of in aanhang, en dat maakte de band met de stad juist sterk. Er speelden jongens uit de eigen wijken, spelers werkten er naast hun voetbal en de club leefde in de kroegen en op de scholen. Toen het faillissement kwam, verdween daarmee niet alleen een elftal maar ook een wekelijks ritme dat generaties hadden gekend.


