Je loopt door een drukke Haarlemse straat, duwt een deur open die je nog nooit was opgevallen en staat opeens in een tuin met bloeiende perken, een pomp en een rij lage huisjes. Het rumoer valt weg. Dit is een hofje, en Haarlem heeft er meer dan twintig.
Waar hofjes vandaan komen
Een hofje is van oorsprong een liefdadige stichting. Een vermogende burger liet bij testament geld na om huisjes te bouwen rond een binnentuin, bedoeld voor oudere vrouwen zonder inkomen. Er hoorde een bestuur bij, de regenten, en er golden regels voor de bewoonsters. Voor een stad zonder pensioenstelsel was dit de sociale zekerheid, en Haarlem bouwde er in de zeventiende eeuw veel.
Het oudste van Nederland
Het Hofje van Bakenes gaat terug tot 1395 en geldt als het oudste hofje van Nederland. Het werd gesticht uit de nalatenschap van Dirck van Bakenes. Dat maakt Haarlem niet alleen een stad met veel hofjes maar ook de stad waar het verschijnsel het langst bestaat.
Het grootste van de stad
De Proveniershof dateert uit 1704 en is het grootste hofje van Haarlem. Het onderscheidt zich ook op een ander punt. Waar de meeste hofjes bedoeld waren voor armlastige vrouwen, kon je je bij een proveniershuis inkopen. Je betaalde eenmalig en kreeg daarvoor onderdak en verzorging voor de rest van je leven, een soort particuliere oudedagsvoorziening.
Hoe je ze bezoekt
- De meeste hofjes zijn overdag toegankelijk, sommige alleen op bepaalde dagen.
- Er wonen mensen, dus praat zacht en fotografeer geen ramen en deuren van dichtbij.
- Ga niet met een grote groep naar binnen, dat is voor bewoners onwerkbaar.
- Staat de deur dicht of hangt er een bordje, respecteer dat dan.
- Sommige hofjes hebben een bus voor een vrijwillige bijdrage aan het onderhoud.
Een route langs de hofjes
De hofjes liggen verspreid over de binnenstad, met een concentratie ten zuiden en ten oosten van de Grote Markt. Een wandeling waarin je er vijf of zes aandoet, kost een middag en voert je door straten waar je anders nooit komt. Onderweg passeer je gevelstenen, poortjes en binnentuintjes die het verhaal van de stad completer vertellen dan de grote monumenten.
Wie er nu wonen
De meeste hofjes worden nog altijd beheerd door een stichting en zijn bewoond. De doelgroep is in veel gevallen verschoven, van alleenstaande oudere vrouwen naar bewoners die passen bij de eisen van het bestuur, soms studenten of jonge werkenden. Het onderhoud van de panden is een doorlopende opgave, want het gaat om oude, kleine huisjes die aan alle moderne eisen moeten voldoen zonder hun karakter te verliezen.
De tuinen
De binnentuin is het hart van een hofje. Vaak staat er een pomp of een put, en de beplanting wordt onderhouden door bewoners of vrijwilligers. In het voorjaar en de vroege zomer staan de perken op hun mooist. Dat is meteen de reden waarom je in die maanden de meeste bezoekers tegenkomt, dus wie rust zoekt, komt vroeg op de dag.
Waarom ze de moeite waard zijn
Een hofje laat zien hoe een stad ooit voor haar eigen mensen zorgde, en het doet dat zonder museum, zonder bordjes en zonder entree. Je stapt van een winkelstraat zo de zeventiende eeuw in. Voor Haarlemmers is het bovendien de goedkoopste manier om er tussenuit te zijn, want je bent binnen een minuut lopen weer terug in de drukte.
Hofjes buiten het centrum
Niet alle hofjes liggen binnen de singels. In de negentiende en twintigste eeuw zijn er ook buiten de oude stad woonhofjes en hofjesachtige complexen gebouwd, vaak door fabrikanten of woningbouwverenigingen voor hun eigen personeel. Ze missen de zeventiende-eeuwse gevels, maar de opzet is dezelfde, met huisjes rond een gezamenlijke tuin en een poort naar de straat. Voor wie de ontwikkeling van het wonen in Haarlem wil volgen, is de vergelijking tussen zo’n arbeidershofje en een klassiek regentenhofje veelzeggend.
Een rondleiding
Er worden in Haarlem geregeld hofjeswandelingen georganiseerd, soms met toegang tot hofjes die je op eigen houtje niet binnenkomt. Voor wie er dieper in wil, is dat de beste route.


