Er zijn maar weinig pleinen in Nederland die zo compleet zijn als de Grote Markt in Haarlem. Aan de ene kant het stadhuis, aan de andere kant de enorme Bavokerk, ertussen gevels uit vier eeuwen en een terras dat vanaf het eerste zonnestraaltje vol zit. Wie de stad wil leren kennen, begint hier.
Het stadhuis
Aan de noordzijde staat het stadhuis, gegroeid uit een middeleeuwse voorganger en door de eeuwen heen uitgebreid en verbouwd. Het is nog altijd de plek waar de gemeenteraad vergadert en waar Haarlemmers trouwen. De trap aan de voorkant is een geliefde plek voor trouwfoto’s en voor iedereen die even wil zitten.
De Grote of Sint-Bavokerk
Aan de overkant torent de Grote of Sint-Bavokerk boven het plein uit. De kerk domineert niet alleen de Grote Markt maar de hele skyline van Haarlem, en vanuit de polders en vanaf de duinen zie je de toren al van ver. Binnen hangt het beroemde Müller-orgel, en het interieur is de moeite waard ook als je niets met kerken hebt.
De gebouwen eromheen
- De Vleeshal, een uitbundig renaissancegebouw waar ooit het vlees werd verhandeld.
- De Verweyhal aan de westkant van het plein.
- De Hoofdwacht, een van de oudste gebouwen van de stad.
- Panden met gevels uit de zeventiende en achttiende eeuw, met winkels en horeca op de begane grond.
Het standbeeld op het plein
Midden op de Grote Markt staat het standbeeld van Laurens Janszoon Coster, in Haarlem lang beschouwd als de uitvinder van de boekdrukkunst. Het beeld werd in 1856 gemaakt door Louis Royer en Haarlemmers noemen het gemoedelijk Lautje. Dat historici het Costerverhaal inmiddels een mythe noemen, doet niets af aan de plek die het beeld in de stad inneemt.
De markt
Op zaterdag verandert het plein in een warenmarkt met kramen tot in de aanpalende straten. Groente, kaas, vis, bloemen, brood, stoffen en van alles daartussenin. Ook op maandag staat er een markt, kleiner en rustiger, wat voor veel Haarlemmers juist het voordeel is. Op marktdagen is het plein afgesloten voor verkeer.
Het plein door het jaar
De Grote Markt is het decor voor een groot deel van wat er in Haarlem gebeurt. In de zomer wordt het plein een openluchtrestaurant tijdens het culinaire festival, in het najaar en de winter komen er lichtjes en een kerstmarkt, en bij festivals staan er podia. Daartussenin is het gewoon het plein waar je afspreekt, wacht en koffie drinkt.
Waar je gaat zitten
De terrassen aan de zuidkant van het plein hebben de meeste zon in de middag, die aan de kant van het stadhuis vangen de ochtend. Wie liever weg zit van de drukte, loopt door naar de Botermarkt of het Klokhuisplein, allebei op een paar passen afstand en een stuk rustiger.
Eromheen verdwalen
Het mooiste aan de Grote Markt is dat je er vanuit alle kanten op uitkomt. Vanaf het plein lopen de Zijlstraat, de Warmoesstraat, de Koningstraat, de Barteljorisstraat en de Grote Houtstraat weg, allemaal met een eigen karakter. In tien minuten sta je bij het Spaarne, bij een hofje of in een winkelstraat waar geen enkele keten zit. Precies daarom is dit plein niet alleen een bezienswaardigheid maar het scharnierpunt van de hele binnenstad.
Als je vroeg bent
Kom een keer vroeg in de ochtend, voordat de terrassen open zijn en de marktkooplui hun kramen hebben opgebouwd. Dan is de Grote Markt leeg, staat de kerk in het ochtendlicht en hoor je alleen de duiven en een enkele fiets over de klinkers. Dat is een ander plein dan het plein van de zaterdagmiddag, en zeker zo mooi.
Het plein zelf
De Grote Markt is eeuwenlang veranderd van functie. Er stond een kerkhof, er werd recht gesproken, er werd handel gedreven en er reden tot ver in de vorige eeuw auto’s overheen. Dat het plein nu grotendeels autovrij is, is een keuze van de laatste decennia en die heeft het aanzien enorm geholpen. De klinkerbestrating, de banken en de rij bomen aan een kant zorgen dat je er kunt blijven hangen zonder iets te bestellen, en dat is precies wat een goed stadsplein onderscheidt van een parkeerterrein met gevels eromheen.


