Bakkers en banketbakkers in Haarlem

Bakkers en banketbakkers in Haarlem

Een stad met een goede bakker is een prettige stad om in te wonen, en Haarlem heeft er meer dan een. In de binnenstad en in de wijken zitten ambachtelijke broodbakkers en banketbakkers, en de stad heeft bovendien een eigen koekje met een geschiedenis van meer dan drie eeuwen.

De Haarlemse halletjes

Het Haarlemse koekje bij uitstek is het halletje. Het werd in 1693 ontwikkeld door Eymert van der Schee, die het vernoemde naar zijn woning aan de Korte Veerstraat, het Oude Halletje. De koekjes werden een succes en groeiden uit tot een specialiteit die met de stad wordt verbonden. Het is een dun, krokant koekje dat het goed doet bij de koffie en dat je in de stad bij bakkers en delicatessenzaken tegenkomt.

Ambachtelijk brood

De verschillen tussen een industrieel brood en een ambachtelijk brood zitten in de rijstijd, in het meel en in het feit dat er iemand naar kijkt. In Haarlem zijn er bakkers die met desem werken, met lange rijstijden en met meel van kleinere molens. Dat brood is duurder en het houdt langer stand, wat de rekensom minder ongunstig maakt dan hij op de toonbank lijkt.

Waar de bakkers zitten

  • In de binnenstad, in de Gouden Straatjes en in de zijstraten van de Grote Houtstraat.
  • In de Cronjéstraat en de omliggende straten in Haarlem-Noord.
  • In de winkelstrips in de wijken en bij het winkelcentrum in Schalkwijk.
  • Op de markt, met kramen die brood, koek en gebak verkopen.
  • In de buurtstraten in Haarlem-Oost en langs de Zijlweg.

De banketbakker

Voor gebak, taart en seizoenslekkernijen ga je naar de banketbakker. Rond de feestdagen wordt dat een ander vak, met oliebollen en appelbeignets aan het eind van het jaar, gevulde speculaas in het najaar en paasbrood in het voorjaar. Bestel voor de feestdagen ruim van tevoren, want de goede adressen zijn dan dagen vooruit volgeboekt.

Waar je op let

Vraag of er in de winkel zelf wordt gebakken of dat er wordt afgebakken. Beide kan prima zijn, maar het scheelt in versheid en in prijs. Kijk naar de korst, naar het gewicht van een brood in je hand en naar of het brood aan het eind van de dag op is. Een bakker die om vier uur alles heeft verkocht, is meestal een goede bakker.

Streekgraan

In de regio wordt op kleine schaal graan verbouwd en verwerkt, en er zijn molens in de omgeving die nog malen. Een deel van de Haarlemse bakkers werkt met meel uit de streek, en dat is een van de vragen die je gerust kunt stellen aan de toonbank. Het levert bovendien meestal een gesprek op waar je iets van leert.

Zelf bakken

Voor wie zelf aan de slag wil, zijn er in de stad zaken waar je meel, desem, gist en bakspullen koopt, en er worden workshops gegeven. Brood bakken thuis is de goedkoopste manier om aan goed brood te komen, en het is verrassend eenvoudig zodra je een keer met een ander koffiedik hebt gezeten dan je gewend was.

Rond de feestdagen

In december staan er rijen voor de bakkers en zijn de openingstijden aangepast. Bestel vooraf, haal op de afgesproken tijd op en reken erop dat de laatste dagen voor kerst en oud en nieuw de drukste van het jaar zijn. In een stad waar mensen hun bakker kennen, is dat een van de aardigste rituelen die er zijn.

De bakker als buurtvoorziening

Een bakker in de straat doet meer dan brood verkopen. Het is de plek waar mensen elkaar tegenkomen en waar de buurt langskomt voordat de dag begint. In de Haarlemse wijken is de bakkerij vaak een van de laatste zelfstandige winkels in een straat, en dat maakt hem belangrijker dan het aantal broden per dag suggereert.

Wat je vraagt aan de toonbank

Vraag welk brood die dag het verst is en waar het meel vandaan komt. Vraag ook naar het brood dat later op de dag uit de oven komt, want bij veel bakkers wordt in meerdere rondes gebakken. Wie een keer om vier uur langsgaat in plaats van om negen uur, ontdekt vaak een heel ander assortiment.