Weinig steden hebben zoveel verschillende landschappen op fietsafstand als Haarlem. In een half uur zit je in het duin, in de polder, aan het water of tussen de bollenvelden. Deze routes zijn de vaste rondjes van wie hier woont.
Door de duinen naar zee
De klassieker. Vanaf de westkant van de stad rijd je via Overveen het Nationaal Park Zuid-Kennemerland in en kom je uit bij Bloemendaal aan Zee. De heenweg door het duin is glooiend en beschut, de terugweg over de duinrand geeft uitzicht over de polder. Reken op vijfentwintig tot dertig kilometer heen en terug, afhankelijk van hoeveel bochten je erin legt. De wind is hier de bepalende factor, dus vertrek als het kan tegen de wind in en kom met de wind mee terug.
Langs het Spaarne naar het noorden
Volg het Spaarne stroomafwaarts en je komt via Molen De Adriaan en de Waarderpolder uit bij de Mooie Nel en Spaarndam. Dat is een rustige route langs het water, met zeilbootjes, riet en vogels. Spaarndam is een oud dorp met sluizen en een dijk, en het is een goede plek voor een pauze voordat je terugrijdt. Onderweg passeer je de Hekslootpolder, een open weidegebied dat pal tegen de stad ligt.
De polder in
Aan de oostkant van Haarlem begint het open land richting de Haarlemmermeer en de Liede. Vlak, weids en met veel lucht, precies wat je zoekt als je kilometers wilt maken. Het is een ander soort fietsen dan in het duin, want er is geen beschutting en de wind heeft vrij spel. Wie snel wil rijden, komt hier het verst.
Door de bollenstreek
Rijd je vanuit Haarlem naar het zuiden, langs Heemstede en Bennebroek, dan kom je in de bollenstreek. In het voorjaar staan daar de velden in kleur, en dat is een van de mooiste ritten die je in Nederland kunt maken. Het is dan wel druk, dus vertrek vroeg. Buiten het bloeiseizoen is de route nog steeds prettig vanwege de buitenplaatsen en de laantjes.
Praktisch
- Gebruik het knooppuntennetwerk, dan hoef je onderweg niet te navigeren.
- In het nationaal park geldt op de meeste ingangen een tarief, dus neem dat mee in je planning.
- Los zand op een duinpad is niet fietsbaar, houd de verharde paden aan.
- Neem water mee, want tussen de duinen en de polder zijn de stops schaars.
- Een lichtset is geen luxe in het najaar, want in het duin wordt het snel donker.
Korte rondjes vanuit de stad
Niet elke rit hoeft lang te zijn. Een rondje om de singels van de binnenstad, een lus door de Haarlemmerhout en langs de Houtvaart, of een tochtje naar de Kweektuin en terug, kost je een uur en is genoeg voor een doordeweekse avond. Voor veel Haarlemmers is dat de manier waarop ze de stad echt hebben leren kennen.
Met kinderen
De route langs het Spaarne naar Spaarndam is met kinderen goed te doen, want hij is vlak, autoluw en er is onderweg iets te zien. Het duin is zwaarder dan het lijkt door de klimmetjes en het mulle zand aan de randen. Kies dan de verharde hoofdpaden en spreek vooraf een pauzeplek af.
Wanneer het het mooist is
Vroeg in de ochtend, als er nog niemand rijdt en de zon laag staat, of op een heldere winterdag als de lucht scherp is en het duin leeg. In de zomer is de kust in het weekend druk. Wie de rust zoekt, rijdt door de week of kiest de polder, want daar is het altijd stil.
Naar Amsterdam over de trekvaart
Een route die veel Haarlemmers een keer doen, is die naar Amsterdam. Je volgt daarbij grofweg de lijn van de oude Haarlemmertrekvaart, die in de zeventiende eeuw werd gegraven om de verbinding tussen de twee steden te versnellen. Onderweg passeer je Halfweg en de polders langs het water. Reken op een kilometer of twintig enkele reis, met de wind als bepalende factor. Terug met de trein kan, want fietsen mogen buiten de spits mee.
Onderhoud en pech
In de binnenstad en in de wijken zitten voldoende fietsenmakers, maar in het duin en in de polder sta je er alleen voor. Neem een plakset en een pomp mee op de langere routes.


