Jopen en het bierverleden van Haarlem

Jopen en het bierverleden van Haarlem

Als je in Haarlem een biertje drinkt in een oude kerk, sta je midden in een verhaal dat zeshonderd jaar teruggaat. Deze stad was eeuwenlang een van de belangrijkste brouwsteden van Nederland, verloor die positie volledig en haalde hem aan het eind van de vorige eeuw weer terug.

Een stad van brouwers

Vanaf de veertiende eeuw groeide Haarlem uit tot een van de grootste bierbrouwsteden van het land. Water, graan en een gunstige ligging aan het Spaarne maakten dat mogelijk, en het bier ging per schip naar Amsterdam en verder. In de bloeitijd stonden er tientallen brouwerijen in de stad en was bier een van de belangrijkste economische pijlers.

Waarom het verdween

In de eeuwen daarna verschoof de bierproductie naar andere steden en naar grote industriële brouwerijen. Haarlem verloor zijn positie stap voor stap, en in 1916 sloot de laatste Haarlemse brouwerij zijn deuren. Daarmee was een traditie van zeshonderd jaar afgelopen, en decennialang werd er in deze stad geen bier meer gebrouwen.

De terugkeer

In de jaren tachtig en negentig ontstond het plan om het Haarlemse bier terug te brengen. In het stadsarchief werden oude recepten gevonden, en die vormden de basis. Een recept uit 1407 leverde de Koyt op, een gruitbier van voor de tijd dat hop gebruikelijk was. Een recept uit 1501 werd het Hoppenbier. Dat laatste kwam in 1994 op de markt, het jaar waarin Haarlem zijn zevenhonderdvijftigjarig bestaan vierde.

Waar de naam vandaan komt

Jopen is geen bedachte merknaam. Een jopen was een houten vat van honderdtwaalf liter dat in Haarlem werd gebruikt om bier te vervoeren. De brouwerij die het bier terugbracht, nam die naam over, en daarmee zit de logistiek van de middeleeuwse bierhandel in het etiket verwerkt.

De brouwerij in een kerk

Sinds 2010 zit de thuisbasis in de voormalige Jacobskerk in de binnenstad, waar brouwerij, grand café en restaurant onder een dak zijn gebracht. Je ziet de ketels staan terwijl je zit te eten, en het gewelf boven de bar maakt van een biertje drinken een bezienswaardigheid. Voor een kerk die zijn functie had verloren, is dit een van de geslaagdste herbestemmingen van de stad.

Wat je proeft

  • Hoppenbier, gebaseerd op een recept uit 1501, licht en fris van karakter.
  • Koyt, op een recept uit 1407, gebrouwen met gruit in plaats van hop.
  • Moderne stijlen, van blond en tripel tot stout en seizoensbieren.
  • Speciale brouwsels die alleen op locatie of in kleine oplage verkrijgbaar zijn.

Wat gruit is

Voordat hop de standaard werd, gebruikten brouwers een kruidenmengsel dat gruit heette, met onder meer gagel. Het smaakt anders dan wat we nu van bier gewend zijn, kruidiger en zoeter, en het is een van de weinige manieren om te proeven hoe bier in de late middeleeuwen kan hebben gesmaakt. Voor liefhebbers is dat de reden om een Koyt te bestellen, ook al is het geen doordeweeks glas.

Bier in de rest van de stad

Naast de bekendste naam zijn er in Haarlem en de regio kleinere brouwerijen en bierproevers, en er zijn cafés en speciaalzaken met een breed assortiment. In de binnenstad zitten bruine kroegen die al generaties bestaan en zaken die zich op speciaalbier richten. Wie een middag wil besteden aan de Haarlemse biercultuur, komt met een paar honderd meter lopen al ver.

Een rondleiding

Bij de brouwerij worden rondleidingen gegeven waarbij je het proces ziet en proeft. Dat is een goede manier om te begrijpen waarom het brouwen hier ooit zo belangrijk was, want de logistiek van graan, water en vaten verklaart meteen waarom een stad aan een rivier daar geschikt voor was.

Bier en de stad

Dat Haarlem een brouwstad kon worden, kwam door de ligging. Er was schoon water, er was graan uit het achterland en er was een rivier waarover het bier de stad uit kon. Bier was bovendien geen luxe maar dagelijkse kost, want water uit de gracht was ongezond en bier was door het koken veilig. De stad hief accijns op het brouwen, en die inkomsten betaalden mee aan de bouwwerken die er nog steeds staan.