De Gouden Straatjes van Haarlem, winkelen bij de kleine zaken

De Gouden Straatjes van Haarlem, winkelen bij de kleine zaken

Haarlem staat bekend als winkelstad, en dat komt niet door de grote ketens. Het komt door zeven kleine straten rond de Grote Markt waar vrijwel uitsluitend zelfstandige zaken zitten. Ze worden de Gouden Straatjes genoemd, en ze zijn de reden dat mensen uit Amsterdam hierheen komen om te winkelen.

Welke straten het zijn

  • De Kleine Houtstraat
  • De Warmoesstraat
  • De Schagchelstraat
  • De Anegang
  • De Gierstraat
  • De Koningstraat
  • De Zijlstraat

Ze liggen als een krans rond de Grote Markt en lopen allemaal binnen een paar minuten in elkaar over. Je kunt ze in een uur doen en er ook een hele dag over doen.

Waar de naam vandaan komt

De naam verwijst naar de Gouden Eeuw, de periode waarin de handel bloeide en Haarlem tot de belangrijkste handelssteden van het land behoorde. Het is een stadsmarketingnaam van later datum, maar hij dekt de lading, want het is precies dit deel van de binnenstad waar de oude structuur nog compleet is.

Wat je er vindt

Vrijwel alles wat je niet in een winkelcentrum krijgt. Mode van kleine merken, sieraden, kunst, interieur, boeken, platen, delicatessen, wijn, kaas, bloemen en cadeaus. Daarnaast zitten er koffiezaken, lunchadressen en restaurants tussen, zodat je het winkelen en het eten kunt afwisselen. Wat de straatjes bindt, is dat je bijna overal met de eigenaar staat te praten.

De Kleine Houtstraat

Deze straat is twee keer verkozen tot leukste winkelstraat van Nederland, in 2009 en in 2010. Het is een smalle straat met lage panden en een aaneengesloten rij zaken, en hij loopt vanaf de Grote Houtstraat richting het zuiden van de binnenstad. Voor wie maar tijd heeft voor een straat, is dit de logische keuze.

Het verschil met de grote straten

De Grote Houtstraat en de Barteljorisstraat zijn de straten met de ketens, en die zien er in elke Nederlandse stad hetzelfde uit. De Gouden Straatjes zijn het tegenovergestelde. Dat maakt Haarlem als winkelstad compleet, want je hebt beide binnen honderd meter van elkaar en je kiest zelf.

Wanneer je gaat

Doordeweeks is het rustig en heb je alle tijd en aandacht van de winkeliers. Op zaterdag is het druk, zeker in combinatie met de markt op de Grote Markt. Op koopzondagen zit de binnenstad vol en zijn niet alle kleine zaken open, dus check dat als je voor een specifieke winkel komt. In december is het op zijn drukst en op zijn mooist, met verlichting boven de straatjes.

Met de fiets of te voet

De straatjes zijn smal en voor een groot deel voetgangersgebied. Zet je fiets in een rek aan de rand van het gebied en loop de rest. Kom je van buiten Haarlem, gebruik dan een parkeergarage aan de rand van het centrum, want in dit deel van de stad kom je met de auto niet ver.

Waarom het blijft werken

In veel binnensteden verdwijnen zelfstandige winkels, verdrongen door huren en door internet. In Haarlem is dat maar deels gebeurd, en dat komt doordat de panden klein zijn, de straten aantrekkelijk en het publiek bereid is om voor kwaliteit een straat om te lopen. Voor Haarlemmers is dat een reden om hier te blijven kopen, want een straat vol zelfstandige zaken blijft alleen bestaan als mensen er ook echt hun geld uitgeven.

De panden

Een deel van de aantrekkingskracht zit in de gebouwen. De straatjes zijn smal, de panden laag en veel gevels stammen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Doordat de winkelruimtes klein zijn, past er geen grote keten in, en dat is precies waarom de zelfstandige zaken hier hebben kunnen blijven. Kijk boven de etalages en je ziet trapgevels, hijsbalken en gevelstenen die het handelsverleden van de straat verraden.

Een middag plannen

Begin op de Grote Markt, doe de straatjes in een lus en eindig aan het Spaarne. Onderweg passeer je koffiezaken en lunchadressen, en met een pauze halverwege is het een aangename middag in plaats van een marathon.