Er is geen foto van Haarlem die vaker wordt gemaakt dan die van Molen De Adriaan aan het Spaarne. De molen staat pal aan het water, op de plek waar ooit de stadsmuur liep, en hij is uitgegroeid tot het beeldmerk van de stad.
Op een oud fundament
De molen werd in 1779 gebouwd door Adriaan de Booys, een ondernemer uit Amsterdam, en hij kreeg zijn naam van zijn stichter. Bijzonder is waar hij staat. De molen rust op de resten van de Goevrouwetoren, een verdedigingstoren die deel uitmaakte van de vestingwerken langs het Spaarne. Toen die vestingwerken hun functie verloren, werd de plek benut voor een molen, en dat verklaart de hoogte en de ligging pal aan het water.
Wat er werd gemaakt
De Adriaan is in zijn bestaan voor verschillende doelen gebruikt. Er werd tras gemalen, een grondstof voor waterdichte mortel die in de waterbouw onmisbaar was. Later werden er andere producten verwerkt. Dat een molen van functie wisselde, was in die tijd normaal, want een molenaar volgde de markt.
De brand
In 1932 brandde de molen tot de grond toe af. Voor Haarlem was dat een verlies dat generaties lang bleef hangen, want de skyline aan het Spaarne was er niet meer compleet zonder. Op oude foto’s is goed te zien hoe de molen het beeld van de kade bepaalde.
De wederopbouw
Pas tientallen jaren later kwam de herbouw van de grond, gedragen door Haarlemmers die de molen terug wilden. Na een lange voorbereiding en een inzamelingsactie werd de molen op de oude fundering opnieuw opgebouwd en in 2002 weer in gebruik genomen. Sindsdien draait hij weer, met vrijwillige molenaars.
Wat je er kunt zien
- Het maalwerk en de kap van binnen, met uitleg over hoe een molen werkt.
- Het uitzicht over het Spaarne, de kade en de daken van de binnenstad.
- Een expositie over de geschiedenis van de molen en over de vestingwerken op deze plek.
- De molen in werking als de wind goed staat en er een molenaar aanwezig is.
De omgeving
De molen ligt aan de Papentorenvest, aan een van de mooiste stukken van het Spaarne. Vlakbij liggen de Gravestenenbrug, de Waalse kerk en de smalle straatjes van de Bakenessergracht. Aan de overkant van het water, aan het eind van de Spaarnwouderstraat, staat de Amsterdamse Poort. Wie een korte wandeling wil met veel oud Haarlem in een klein rondje, heeft hier alles bij elkaar.
De beste plek voor een foto
De klassieke foto maak je vanaf de overkant van het Spaarne, met de molen en het water in beeld. Bij laag zonlicht in de vroege ochtend of aan het eind van de middag staat hij het mooist, en met een strakke lucht na een bui heb je de scherpste contrasten. Vanaf een rondvaartboot krijg je een heel ander perspectief, van onderaf, en dat is minstens zo goed.
Waarom hij ertoe doet
De Adriaan is geen groot monument in de zin van een kerk of een museum. Hij is een windmolen die is afgebrand en die een stad zo hardnekkig terugwilde dat hij er weer staat. Dat verhaal, van verlies en van vrijwilligers die decennialang doorzetten, is de reden dat Haarlemmers er zo aan hechten.
Vrijwilligers houden hem draaiend
De molen wordt bediend door vrijwillige molenaars die daar een opleiding voor hebben gevolgd. Een molen laten draaien is echt vakwerk, want je moet het zeil zetten naar de wind, de kap kruien en op tijd remmen. Bij te veel wind blijft hij stilstaan, bij te weinig gebeurt er niets. Wie de wieken ziet draaien, treft het dus, en dat maakt het bezoek onvoorspelbaar op een manier die bij een molen hoort.
Verhuur en bijzondere momenten
Delen van het gebouw worden gebruikt voor kleine bijeenkomsten en er zijn momenten waarop de molen extra open is, bijvoorbeeld tijdens landelijke molendagen. Dat zijn de dagen waarop je het maalwerk in vol bedrijf ziet.


