Aan het einde van de Spaarnwouderstraat, net over het Spaarne, staat een gebouw dat er niet helemaal bij lijkt te horen. Een poort met torentjes en kantelen, midden in een gewone stadsstraat. Het is de Amsterdamse Poort, en hij is het laatste tastbare bewijs dat Haarlem ooit ommuurd was.
Veertien poorten, er is er een over
In de middeleeuwen was Haarlem omringd door muren, wallen en water, met poorten als enige doorgang. Er waren er veertien. In de negentiende eeuw werden vrijwel alle vestingwerken gesloopt, omdat ze hun militaire functie hadden verloren en de stad ruimte nodig had. De Amsterdamse Poort bleef als enige staan.
Eerst heette hij anders
De poort stamt uit het midden van de veertiende eeuw en heette oorspronkelijk de Spaarnwouderpoort, naar de route die van hieruit vertrok. De weg naar Amsterdam liep in die tijd via Spaarnwoude, in verband met de doorgang bij de Liede. Toen in de zeventiende eeuw de Haarlemmertrekvaart werd gegraven en de verbinding met Amsterdam veel directer werd, ging de poort Amsterdamse Poort heten. De naam vertelt dus een stukje transportgeschiedenis.
Hoe hij eruitziet
- Een hoofdpoort met een doorgang en twee ronde torens aan de veldzijde.
- Kantelen en schietgaten die verwijzen naar de verdedigende functie.
- Een voorpoort, waardoor je door meerdere doorgangen achter elkaar liep.
- Metselwerk waarin je de verschillende bouwfasen kunt herkennen.
Waarom hij bleef staan
Dat uitgerekend deze poort overbleef, is deels toeval en deels een kwestie van locatie. Hij lag aan de belangrijkste toegangsweg vanuit het oosten, en op enig moment werd hij eerder gezien als monument dan als obstakel. In de negentiende en twintigste eeuw is hij meermaals gerestaureerd, waarbij ook is gereconstrueerd wat er in de loop der eeuwen was verdwenen.
Het beleg van 1572
De poorten van Haarlem spelen een hoofdrol in het bekendste hoofdstuk van de stadsgeschiedenis. Tijdens het beleg door de Spaanse troepen, dat begon in december 1572 en duurde tot juli 1573, was de verdediging van de muren en de poorten letterlijk een kwestie van leven of dood. De Amsterdamse Poort staat er nog en is daarmee het enige bouwwerk waar je die geschiedenis nog met je handen kunt aanraken.
De omgeving
De poort staat aan de rand van de Amsterdamsebuurt, een negentiende-eeuwse arbeiderswijk die tegen de oude stad aan is gebouwd. Loop je vanaf de poort de Spaarnwouderstraat in, dan sta je binnen een paar minuten bij het Spaarne, met zicht op Molen De Adriaan en de Gravestenenbrug. Aan de andere kant ligt de wijk met haar eigen winkelstraten en cafés, minder toeristisch en daarmee juist interessant.
Fotograferen
De poort staat aan een straat met verkeer, dus voor een foto zonder auto’s moet je geduld hebben of vroeg komen. De mooiste hoek is vanaf de kant van de stad, met de doorgang in beeld, of van opzij waarbij de torens naast elkaar staan. Bij avondverlichting krijgt het metselwerk een warme kleur.
Wat het je vertelt
De Amsterdamse Poort is geen groot museum en je bent er in tien minuten klaar. Toch is het een van de plekken waar je het beste begrijpt hoe Haarlem in elkaar zit, met een kern die eeuwenlang binnen muren zat en wijken die er pas daarna omheen zijn gegroeid. Wie de poort bekijkt en daarna over het Spaarne de oude stad in loopt, doet die overgang zelf.
Hoe de vesting eruitzag
De poort is het enige stuk dat overeind bleef, maar de lijn van de oude verdediging is nog steeds af te lezen in de stad. De singels volgen grotendeels het tracé van de grachten die om de vesting lagen, en op enkele plekken zijn resten van muurwerk of van een toren bewaard gebleven, zoals onder de molen aan het Spaarne. Wie de singels een keer helemaal rondloopt, heeft in feite de omtrek van het middeleeuwse Haarlem gelopen, en dan begrijp je meteen hoe compact die stad was.
Wat er in zit
Het gebouw is in de loop van de tijd voor uiteenlopende doelen gebruikt en is niet doorlopend als museum ingericht. Van buiten is hij altijd te bekijken.


